Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Voor bepaalde gelegenheden kan u uw werknemers een geschenk geven dat vrij is van sociale zekerheidsbijdragen.

Op 6 juli 2018 verschenen de nieuwe vrijgestelde bedragen voor geschenken in het Belgisch Staatsblad.

Deze bedragen zijn al geldig vanaf 1 januari 2017 (!).

 

Gelegenheid Vorige Bedragen Nieuwe bedragen
Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar € 35 € 40
Eervolle onderscheiding € 105 € 120
Pensionering € 35 per dienstjaar, met een minimum van € 105 en een maximum van € 875 € 40 per dienstjaar, met een minimum van € 120 en een maximum van € 1.000
Huwelijk of verklaring wettelijk samenwonen € 200 € 245

 

De hogere maximumbedragen gelden enkel voor de RSZ.  Voor de fiscus blijven voorlopig de oude bedragen van toepassing.

 

Bron: K.B. van 3 juli 2018 tot wijziging van artikel 19, &2, 14°, van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 6 juli 2018.

 

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,128 14,829 15,059 15,811 16,016 17,000 15,47383

 

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,075 + 0,079 + 0,080 + 0,084 + 0,085 + 0,090 + 0,08216

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/07/2018 tem 30/09/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,000 + 3,400 20,400
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,016 + 1,602 17,618
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,000 + 1,700 18,700
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/07/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,616

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018

Huisvesting 

Kost

12,77

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

12,89

27,16

Totaal 39,63 39,70 39,84 40,05

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,629
15 jaar en 6 maanden 8,336
16 jaar 9,042
16 jaar en 6 maanden 10,455
17 jaar 11,868
17 jaar en 6 maanden 13,280
18 jaar 14,128

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

De nieuwe maatregel inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid bij werken in onroerende staat op locatie, werd voor het eerst op 11 juni ll. becommentarieerd door de fiscus.

De eerste commentaar die u hier aantreft, bevat weinig nieuwigheden en lost de talrijke praktische vragen, waarmee de ondernemingen en de sociale secretariaten geconfronteerd worden, helaas niet op.

Belangrijke vragen zoals:

  • welke bezoldigingselementen komen in aanmerking (bijv. ook de mobiliteitsvergoeding in de bouwsector? Toeslagpremies? Overloon? …)
  • vallen bepaalde activiteiten (zoals bijvoorbeeld stellingbouw) ook onder de noemer van onroerende werken?
  • is er cumulatie mogelijk tussen deze nieuwe regeling  en de “klassieke” vrijstelling van ploegenarbeid van 22,80 % en zo ja, in welke volgorde?

worden door de Fiscale Circulaire niet opgelost.

Wij blijven op duidelijke antwoorden aandringen en volgen deze nieuwe maatregel, die een belangrijkere lastenverlaging inhoudt voor de bouwbedrijven en andere bedrijven die onroerend werk verrichten, op de voet volgen.

Ondertussen is het voor de bedrijven nuttig om bij te houden wie, waar en met wie van de collega’s, onroerende werken op werven verrichtte.

Op die manier kunnen wij – op het ogenblik dat de fiscus volledige klaarheid schenkt -  de belangrijke lastenverlaging correct en dat met terugwerkende kracht sedert het begin van dit jaar toepassen.

Referentie: Fiscale Circulaire 2018/C/73 d.d. 11 juni 2018

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Voor bepaalde gelegenheden kan u uw werknemers een geschenk geven dat vrij is van sociale zekerheidsbijdragen.

Op 6 juli 2018 verschenen de nieuwe vrijgestelde bedragen voor geschenken in het Belgisch Staatsblad.

Deze bedragen zijn al geldig vanaf 1 januari 2017 (!).

 

Gelegenheid Vorige Bedragen Nieuwe bedragen
Sinterklaas, Kerstmis of Nieuwjaar € 35 € 40
Eervolle onderscheiding € 105 € 120
Pensionering € 35 per dienstjaar, met een minimum van € 105 en een maximum van € 875 € 40 per dienstjaar, met een minimum van € 120 en een maximum van € 1.000
Huwelijk of verklaring wettelijk samenwonen € 200 € 245

 

De hogere maximumbedragen gelden enkel voor de RSZ.  Voor de fiscus blijven voorlopig de oude bedragen van toepassing.

 

Bron: K.B. van 3 juli 2018 tot wijziging van artikel 19, &2, 14°, van het KB van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, B.S. 6 juli 2018.

 

Het loon van bouwvakarbeiders is afhankelijk van hun beroepsbekwaamheid, zoals die bepaald wordt door de werkgever. Men onderscheidt verschillende bekwaamheidscategorieën, die elk overeenstemmen met een bepaald basisbarema.

Basisbarema

Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
14,128 14,829 15,059 15,811 16,016 17,000 15,47383

 

Wijzigingen ten opzichte van de vorige lonen:

  Categorie   I Categorie   I A Categorie   II Categorie   II A Categorie   III Categorie   IV Gemiddeld   loon
 
Index + 0,075 + 0,079 + 0,080 + 0,084 + 0,085 + 0,090 + 0,08216

 

Toepassingsmodaliteiten in verband met de uitbetaling van de lonen:

- De werkgever is met zijn verplichtingen in orde zodra hij de lonen betaalt welke voorkomen in de conventionele schaal; het toekennen van hogere lonen wordt alleen door de werkgever beoordeeld. - Wanneer een arbeider van een vorige werkgever een loon had verkregen dat hoger lag dan datgene dat in de conventionele schaal is opgenomen, dan is er voor de nieuwe werkgever geen verplichting datzelfde loon toe te kennen. De aanwerving kan dus altijd geschieden met strikte toepassing van de lonen die in de conventionele schaal zijn opgegeven.

Loonbijslagen

Categorieën Toepasselijk van 01/07/2018 tem 30/09/2018
Basisuurloon Toeslag Totaal
Meestergast   (categorie IV + loonbijslag) 17,000 + 3,400 20,400
Ploegbaas A   (categorie III + loonbijslag) 16,016 + 1,602 17,618
Ploegbaas B   (categorie IV + loonbijslag) 17,000 + 1,700 18,700
Toeslag cao van 10/05/1990 (Petrochemie) Wijziging per 01/07/2018 Nieuw bedrag
+ 0,003 0,616

 

Vergoedingen voor kost en huisvesting

Bedragen te betalen door de werkgevers die niet zelf huisvesting en kost verschaffen aan de arbeiders die op een plaats zijn tewerkgesteld die zo ver van hun woonplaats verwijderd is dat zij niet dagelijks naar huis terug kunnen keren.

Aard van de vergoeding Bedragen der vergoedingen
Van 01/10/2017 t/m 31/12/2017 Van 01/01/2018 t/m 31/03/2018 Van 01/04/2018 t/m 30/06/2018 Van 01/07/2018 t/m 30/09/2018

Huisvesting 

Kost

12,77

26,86

12,79

26,91

12,83

27,01

12,89

27,16

Totaal 39,63 39,70 39,84 40,05

 

Het bouwleerlingwezen

Door de 6e staatshervorming is de bevoegdheid voor het industrieel leerlingwezen overgedragen aan de Gemeenschappen. De wijzigingen die de verschillende Gemeenschappen intussen hebben aangebracht aan stelsels van alternerend leren en werken, hebben tot gevolg dat er geen nieuwe industriële leerovereenkomsten meer kunnen afgesloten worden. Voor de lopende overeenkomsten blijft het onderstaand barema wel nog van toepassing.

Bedrag vergoedingen:

Leeftijd Vergoeding 1e maand Vergoeding volgende maanden
15 jaar 333,40 500,10
16 jaar 364,70 547,00
17 jaar 395,90 593,80
18 jaar 427,20 640,70
19 jaar 458,40 687,60
20 jaar 489,70 734,50
21 jaar en + 520,90 781,30

Barema voor arbeiders onderworpen aan de deeltijdse leerplicht

Gelet op de opleidingsperiode van toepassing op jonge arbeiders en het vergemakkelijken van de integratie van jongeren op de arbeidsmarkt wordt het minimumloon van de arbeider onderworpen aan de deeltijdse leerplicht als volgt vastgelegd:

 
15 jaar 7,629
15 jaar en 6 maanden 8,336
16 jaar 9,042
16 jaar en 6 maanden 10,455
17 jaar 11,868
17 jaar en 6 maanden 13,280
18 jaar 14,128

 

Studentenarbeid: loon

Het minimum uurloon voor studenten die tewerkgesteld zijn in het kader van een overeenkomst voor studenten, bedoeld bij titel VII van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, is als volgt vastgesteld, ongeacht de periode van tewerkstelling:

- 9,320 € indien het gaat om een student die geen opleiding bouw volgt; 

- 10,160 € indien het gaat om een student die wel een opleiding bouw volgt.

In onderstaand document vindt u meer info omtrent de categorieën van beroepsbekwaamheid van toepassing in de bouwsector.

download pdfCategorieën van werklieden PC 124

De nieuwe maatregel inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid bij werken in onroerende staat op locatie, werd voor het eerst op 11 juni ll. becommentarieerd door de fiscus.

De eerste commentaar die u hier aantreft, bevat weinig nieuwigheden en lost de talrijke praktische vragen, waarmee de ondernemingen en de sociale secretariaten geconfronteerd worden, helaas niet op.

Belangrijke vragen zoals:

  • welke bezoldigingselementen komen in aanmerking (bijv. ook de mobiliteitsvergoeding in de bouwsector? Toeslagpremies? Overloon? …)
  • vallen bepaalde activiteiten (zoals bijvoorbeeld stellingbouw) ook onder de noemer van onroerende werken?
  • is er cumulatie mogelijk tussen deze nieuwe regeling  en de “klassieke” vrijstelling van ploegenarbeid van 22,80 % en zo ja, in welke volgorde?

worden door de Fiscale Circulaire niet opgelost.

Wij blijven op duidelijke antwoorden aandringen en volgen deze nieuwe maatregel, die een belangrijkere lastenverlaging inhoudt voor de bouwbedrijven en andere bedrijven die onroerend werk verrichten, op de voet volgen.

Ondertussen is het voor de bedrijven nuttig om bij te houden wie, waar en met wie van de collega’s, onroerende werken op werven verrichtte.

Op die manier kunnen wij – op het ogenblik dat de fiscus volledige klaarheid schenkt -  de belangrijke lastenverlaging correct en dat met terugwerkende kracht sedert het begin van dit jaar toepassen.

Referentie: Fiscale Circulaire 2018/C/73 d.d. 11 juni 2018

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...