Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Er worden verschillende aanpassingen doorgevoerd bij wet van 5 maart 2017 aan de regels over deeltijdse arbeid (art. 56 e.v. van de wet). Zij hebben tot doel de geldende regels te vereenvoudigen. Vanaf 1 oktober 2017 zal deeltijdse arbeid onderworpen worden aan ietwat minder stringente regels.

1. Vereenvoudiging van de regels betreffende de arbeidsovereenkomst

Conform artikel 157 van de programmawet van 22 december 1989 moet er een kopie van de deeltijdse arbeidsovereenkomst of een uittreksel ervan met de werkroosters en de identiteit van de deeltijdse werknemer worden bewaard op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Deze bewaring kan voortaan ook in elektronische vorm.

Voor deeltijdse arbeidsovereenkomsten met een variabel rooster moet in de
arbeidsovereenkomst zelf de vermelding worden opgenomen dat het een variabel werkrooster betreft dat zal worden vastgesteld volgens de regels bepaald in het arbeidsreglement. Wanneer deze bepaling ontbreekt, kan de werknemer de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster kiezen die hem het meest gunstig zijn onder welke die worden toegepast in de onderneming (artikel 11bis van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978).

2. Vereenvoudiging van de regels betreffende de werkroosters

2.1. Principe

De verplichting om alle deeltijdse arbeidsregelingen en werkroosters op te nemen in het arbeidsreglement (art. 11bis van de wet van 3 juli 1978) is afgeschaft. Alle toepasselijke deeltijdse werkroosters hoeven niet meer in het arbeidsreglement te worden opgenomen.

2.2. Variabel werkrooster

Naar aanleiding van de afschaffing van de verplichting om alle deeltijdse werkroosters op te nemen, wordt een nieuwe verplichting ingevoerd. Voortaan zal het arbeidsreglement een algemeen kader moeten bevatten voor de toepassing van variabele werkroosters. Dit algemene kader moet volgende elementen bevatten:
• Het dagelijks tijdvak waarbinnen arbeidsprestaties kunnen worden voorzien;
• De dagen van de week waarop arbeidsprestaties kunnen worden voorzien;
• De minimale en de maximale dagelijkse arbeidsduur;
• wanneer ook de deeltijdse arbeidsregeling variabel is, wordt ook de minimale en maximale wekelijkse arbeidsduur vermeld;
• De wijze waarop en de termijn waarbinnen de deeltijdse werknemers op een geschikte en toegankelijke wijze in kennis worden gesteld van hun werkroosters minstens 5 werkdagen vooraf (behalve als deze termijn wordt verkort bij een algemeen verbindend verklaarde cao zonder evenwel korter te mogen zijn dan één werkdag).

2.3. Informeren van de werknemer

Als variabele werkroosters bepaald zijn, gebeurt de bekendmaking van het werkrooster aan elke werknemer door de aanplakking in de onderneming van een schriftelijk en gedagtekend bericht, ten minste vijf werkdagen op voorhand. Daarnaast moest, om controle mogelijk te maken, vóór het begin van de arbeidsdag nog een gedagtekend bericht worden aangeplakt, dat voor iedere werknemer afzonderlijk het werkrooster bepaalde (art. 157 e.v. van de programmawet van 22 december 1989).
Deze bepalingen zijn vereenvoudigd. Voortaan volstaat het dat de werknemers vooraf van hun variabele werkroosters in kennis worden gesteld door een schriftelijk en gedateerd bericht dat de individuele roosters bepaalt, en dit op de wijze en binnen de termijn opgenomen in het arbeidsreglement (minimum 5 werkdagen op voorhand tenzij anders bepaald in een algemeen bindend verklaarde cao, zonder korter te mogen zijn dan één werkdag). Er dient dus slechts één enkele bekendmaking te gebeuren. Deze bekendmaking hoeft daarenboven niet meer te gebeuren door de aanplakking van een bericht maar kan ook per brief, fax, mail of via het intranet van de onderneming, voor zover de werknemers de mogelijkheid hebben dit tijdig te consulteren. Met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen inzake deeltijdse arbeid, moet dit schriftelijk bericht met de individuele werkroosters of een afschrift ervan, in papieren of elektronische vorm, bewaard worden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, zodra en zolang dit werkrooster van kracht is en tot een jaar nadat het werkrooster ophoudt van toepassing te zijn.

2.4. Prestaties buiten de bekendgemaakte werkroosters

Wanneer er arbeidsprestaties worden geleverd buiten de bekendgemaakte werkroosters (artikel 160 van de programmawet van 22 december 1989), dan moeten deze afwijkingen opgetekend worden in een register. Dit document kon worden vervangen door "geschikte apparaten". Dit begrip wordt nu vervangen door een "tijdsopvolgingssysteem", dat verplicht voor elke betrokken werknemer, naast zijn identiteit, ook het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes moet bevatten, die telkens moeten worden opgetekend bij aanvang en einde van de prestaties en de pauzes.

3. Inwerkingtreding

De wijzigingen treden in werking op de eerste dag van de zevende maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (= 1 oktober 2017).

Ondernemingen die reeds variabele deeltijdse werkroosters toepassen vóór 1 oktober hebben 6 maanden vanaf 1 februari 2017 om hun arbeidsreglement in overeenstemming te brengen.
Intussen blijven de vastgelegde regels gelden.

Sociaal secretariaat voor
het bouwbedrijf en
aanverwante sectoren

Tel. 03 203 44 11  •  Fax. 03 232 63 75

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nieuws

Sociaal secretariaat Dienstbetoon houdt u graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op gebied van sociale wetgeving.
Hieronder vindt u onze meest recente nieuwsberichten.
Bent u naar iets specifieks op zoek? Via de categorieën aan de rechterkant vindt u wellicht sneller wat u zoekt.

Er worden verschillende aanpassingen doorgevoerd bij wet van 5 maart 2017 aan de regels over deeltijdse arbeid (art. 56 e.v. van de wet). Zij hebben tot doel de geldende regels te vereenvoudigen. Vanaf 1 oktober 2017 zal deeltijdse arbeid onderworpen worden aan ietwat minder stringente regels.

1. Vereenvoudiging van de regels betreffende de arbeidsovereenkomst

Conform artikel 157 van de programmawet van 22 december 1989 moet er een kopie van de deeltijdse arbeidsovereenkomst of een uittreksel ervan met de werkroosters en de identiteit van de deeltijdse werknemer worden bewaard op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd. Deze bewaring kan voortaan ook in elektronische vorm.

Voor deeltijdse arbeidsovereenkomsten met een variabel rooster moet in de
arbeidsovereenkomst zelf de vermelding worden opgenomen dat het een variabel werkrooster betreft dat zal worden vastgesteld volgens de regels bepaald in het arbeidsreglement. Wanneer deze bepaling ontbreekt, kan de werknemer de deeltijdse arbeidsregeling en het werkrooster kiezen die hem het meest gunstig zijn onder welke die worden toegepast in de onderneming (artikel 11bis van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978).

2. Vereenvoudiging van de regels betreffende de werkroosters

2.1. Principe

De verplichting om alle deeltijdse arbeidsregelingen en werkroosters op te nemen in het arbeidsreglement (art. 11bis van de wet van 3 juli 1978) is afgeschaft. Alle toepasselijke deeltijdse werkroosters hoeven niet meer in het arbeidsreglement te worden opgenomen.

2.2. Variabel werkrooster

Naar aanleiding van de afschaffing van de verplichting om alle deeltijdse werkroosters op te nemen, wordt een nieuwe verplichting ingevoerd. Voortaan zal het arbeidsreglement een algemeen kader moeten bevatten voor de toepassing van variabele werkroosters. Dit algemene kader moet volgende elementen bevatten:
• Het dagelijks tijdvak waarbinnen arbeidsprestaties kunnen worden voorzien;
• De dagen van de week waarop arbeidsprestaties kunnen worden voorzien;
• De minimale en de maximale dagelijkse arbeidsduur;
• wanneer ook de deeltijdse arbeidsregeling variabel is, wordt ook de minimale en maximale wekelijkse arbeidsduur vermeld;
• De wijze waarop en de termijn waarbinnen de deeltijdse werknemers op een geschikte en toegankelijke wijze in kennis worden gesteld van hun werkroosters minstens 5 werkdagen vooraf (behalve als deze termijn wordt verkort bij een algemeen verbindend verklaarde cao zonder evenwel korter te mogen zijn dan één werkdag).

2.3. Informeren van de werknemer

Als variabele werkroosters bepaald zijn, gebeurt de bekendmaking van het werkrooster aan elke werknemer door de aanplakking in de onderneming van een schriftelijk en gedagtekend bericht, ten minste vijf werkdagen op voorhand. Daarnaast moest, om controle mogelijk te maken, vóór het begin van de arbeidsdag nog een gedagtekend bericht worden aangeplakt, dat voor iedere werknemer afzonderlijk het werkrooster bepaalde (art. 157 e.v. van de programmawet van 22 december 1989).
Deze bepalingen zijn vereenvoudigd. Voortaan volstaat het dat de werknemers vooraf van hun variabele werkroosters in kennis worden gesteld door een schriftelijk en gedateerd bericht dat de individuele roosters bepaalt, en dit op de wijze en binnen de termijn opgenomen in het arbeidsreglement (minimum 5 werkdagen op voorhand tenzij anders bepaald in een algemeen bindend verklaarde cao, zonder korter te mogen zijn dan één werkdag). Er dient dus slechts één enkele bekendmaking te gebeuren. Deze bekendmaking hoeft daarenboven niet meer te gebeuren door de aanplakking van een bericht maar kan ook per brief, fax, mail of via het intranet van de onderneming, voor zover de werknemers de mogelijkheid hebben dit tijdig te consulteren. Met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen inzake deeltijdse arbeid, moet dit schriftelijk bericht met de individuele werkroosters of een afschrift ervan, in papieren of elektronische vorm, bewaard worden op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, zodra en zolang dit werkrooster van kracht is en tot een jaar nadat het werkrooster ophoudt van toepassing te zijn.

2.4. Prestaties buiten de bekendgemaakte werkroosters

Wanneer er arbeidsprestaties worden geleverd buiten de bekendgemaakte werkroosters (artikel 160 van de programmawet van 22 december 1989), dan moeten deze afwijkingen opgetekend worden in een register. Dit document kon worden vervangen door "geschikte apparaten". Dit begrip wordt nu vervangen door een "tijdsopvolgingssysteem", dat verplicht voor elke betrokken werknemer, naast zijn identiteit, ook het begin en einde van zijn prestaties en zijn rustpauzes moet bevatten, die telkens moeten worden opgetekend bij aanvang en einde van de prestaties en de pauzes.

3. Inwerkingtreding

De wijzigingen treden in werking op de eerste dag van de zevende maand na die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad (= 1 oktober 2017).

Ondernemingen die reeds variabele deeltijdse werkroosters toepassen vóór 1 oktober hebben 6 maanden vanaf 1 februari 2017 om hun arbeidsreglement in overeenstemming te brengen.
Intussen blijven de vastgelegde regels gelden.

Onze log-in is momenteel enkel beschikbaar op desktop.

Terugbetaling Gewaarborgd Loon Serviam Plus

Terugbetalingen gewaarborgd loon mogelijk voor uw bouwvakarbeiders!

Lees meer...

Serviam Plus ESV

Er zijn sociaal secretariaten en er is Serviam Plus, de partner die met u meedenkt en soepel inspeelt op al uw vragen.

Lees meer...

Blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief

Mobiliteitsvergoeding bouw

Voor de verplaatsingen die de arbeiders en bedienden in de bouw doen, is in vele gevallen een tegemoetkoming in de reiskosten door de werkgever verschuldigd.

Lees meer...